Media

Nieuws

vrijdag 17 maart 2017: welke termijnen gelden bij aanmaning van een consument-schuldenaar?

Op 25 november 2016 heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen beantwoord over de wettelijke eisen die gelden ten aanzien van de zogenaamde ‘veertiendagenbrief’ als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW. Wat zijn deze wettelijke eisen?

 

Consument-schuldenaren dienen niet te worden overvallen met het verschuldigd worden van incassokosten. Een termijn van veertien dagen wordt daarom redelijk geacht als termijn waarbinnen de consument-schuldenaar aan zijn verplichtingen moet kunnen voldoen. Deze veertiendagentermijn vangt aan op de dag ná de dag waarop de aanmaning door de consument-schuldenaar is ontvangen. Uit de formulering van de brief moet het voor de consument-schuldenaar duidelijk zijn dat hem de volle wettelijke termijn van veertien dagen ter beschikking staat om de betaling te verrichten, zonder dat er incassokosten in rekening worden gebracht. Aan deze vereisten is niet voldaan wanneer de brief onjuiste, verwarrende of misleidende informatie bevat over de aanvang en/of einde van de betalingstermijn. Een vermelding die bijvoorbeeld niet volstaat is dat er betaald moet worden “binnen veertien dagen na heden” of “binnen veertien dagen na verzending van deze brief”.

 

Het gevolg van een onjuiste vermelding van de betalingstermijn is dat de consument-schuldenaar geen incassokosten verschuldigd is bij uitblijven van betaling. Wil de schuldeiser toch aanspraak maken op de incassovergoeding dan zal hij een nieuwe brief moeten sturen die wél voldoet aan de vereisten. Dit houdt in dat de consument-schuldenaar een nieuwe betalingstermijn van veertien dagen gegund moet worden.

 

Stelplicht en bewijslast

Indien de consument-schuldenaar de ontvangst van een per gewone post gezonden veertiendagenbrief betwist, dient de schuldeiser voldoende feiten en omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen waaruit blijkt dat de brief door hem is verzonden naar een adres waarvan hij rederlijkerwijs mocht aannemen dat de consument-schuldenaar aldaar door hem kon worden bereikt en op welke dag de consument-schuldenaar de veertiendagenbrief heeft ontvangen.

 

Voor de beoordeling van dit bewijs gelden geen bijzondere vuistregels of gezichtspunten. Het gegeven dat post vrijwel altijd op enig moment wordt bezorgd, betekent in het algemeen niet dat de afzender van het bewijs van ontvangst wordt ontslagen of geacht kan worden dit bewijs in beginsel geleverd te hebben. Voor een schuldeiser is het daarom handig brieven aangetekend te verzenden.

 

Gevolgen van deelbetaling

In het geval dat de consument-schuldenaar binnen de veertien dagen een gedeelte van de vordering betaald is hij alsnog incassokosten verschuldigd. Incassokosten zijn namelijk verschuldigd ná het verstrijken van de veertiendagentermijn, ook al wordt deze termijn met slechts één dag overschreden. Voor het innen van de incassokosten zijn geen verdere incassohandelingen vereist. De veertiendagenbrief is naar zijn aard zelf al een incassohandeling.

 

Gelet op de strekking van de wettelijke regeling is het in een geval van deelbetaling redelijk om de verschuldigde incassokosten te bepalen op basis van de hoogte van het niet (tijdig) betaalde gedeelte van de hoofdsom.